Reglement

Reglement

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Beheer

Het beheer van de begraafplaats Groene Kerk te Oegstgeest wordt gevoerd door de Stichting Begraafplaats Groene Kerk, hierna te noemen ‘de Stichting’. Onder begraafplaats dient verstaan te worden zowel het oude deel als het nieuwe deel.

Het bestuur wijst een beheerder aan die de dagelijkse leiding over de begraafplaats heeft.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

1. Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder:

Administrateur: degene die door de Stichting is aangewezen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats.
Algemeen graf: een graf, bij de Stichting in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten.
Asbezorging: bijzetting asbus of urn in of op een urnengraf of een gewoon graf, bijzetting urn in de urnenmuur of verstrooiing 1. op de begraafplaats; 2. in een graf; of 3. op een graf.
Asbus: een bus ter berging van de as van een overledene.
Beheerder: degene die door de Stichting is belast met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt.
Belanghebbende: de contactpersoon die bij de Stichting bekend is in het kader van de uitgifte van een algemeen graf.
Bestemmingsdatum: datum van begraving of asbezorging.
Columbarium: zie onder urnenmuur.
Eigen graf, ook wel familiegraf genoemd: zie onder particulier graf.
Eigen urnengraf: zie onder particulier urnengraf.
Eigen urnennis: zie onder particuliere urnennis.
Gedenkteken: grafmonumenten, persoonlijke gedenktekens en andere voorwerpen op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken.
Grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting.
Grafbeplanting: blijvende en niet-blijvende beplanting die door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht.
Grafmonument: grafsteen, zerk of monument van een ander, goedgekeurd, materiaal.
Grafsteen: staande steen op een graf, al dan niet gecombineerd met banden.
Grafrecht: zie onder uitsluitend recht.
Grafrust(termijn): periode waarin een stoffelijk overschot niet mag worden opgegraven behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit.
Graftermijn: zie onder uitgiftetermijn.
Particulier graf: een graf, kelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
-       het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;
-       het doen bijzetten en bijgezet houden van maximaal vier asbussen in urnen of in een urnenkelder;
-       het doen verstrooien van as.

Particuliere kelder: zie onder particulier graf.
Particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
-       het doen bijzetten en bijgezet houden van maximaal twee asbussen met of zonder urnen;
-       het doen verstrooien van as.

Particuliere urnenkelder: urnengraf met daarin een bak met deksel ter berging van maximaal twee asbussen met of zonder urnen.
Particuliere urnennis: een enkele of dubbele nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een (1) respectievelijk twee urnen of twee respectievelijk vier asbussen.
Particuliere urnentuin: identiek aan particulier urnengraf.
Persoonlijk gedenkteken: foto, herinneringsobject, die/dat als een los voorwerp op het graf is geplaatst.
Rechthebbende: de natuurlijk of rechtspersoon die een uitsluitend recht op een particulier graf heeft.
Stichting: het Bestuur van de Stichting Begraafplaats Groene Kerk.
Uitgiftetermijn (graftermijn): de termijn gedurende welke men het recht heeft een stoffelijk overschot te doen begraven en begraven te houden.
Uitsluitend recht (of grafrecht): het recht om gedurende een bepaalde periode een (1) of meer stoffelijke overschotten in het graf te doen begraven of te houden begraven.
Urn: een voorwerp ter berging van een (1) asbus.
Urnenkelder: een bak met deksel ter berging van maximaal vier asbussen, te plaatsen in een particulier graf.
Urnenmuur: een verzameling van nissen, waarvan voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen om daarin urnen te doen bijzetten.
Verstrooiingsplaats (of strooiveld): een plaats waarop as wordt verstrooid.
Werkdag: elke dag behalve zaterdag, zondag, christelijke en algemeen erkende feestdagen.
Zerk: liggende grafsteen, die het hele graf of een deel van het graf bedekt.

2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit Reglement bepaalde wordt, voor zover van belang, onder ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particuliere urnentuin en particuliere verstrooiingsplaats.

Artikel 3. Administratie

De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door de Stichting of door een door de Stichting aangewezen administrateur.

Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.

Artikel 4. Register en plattegrond

De Stichting of de door haar aangewezen administrateur houdt een register bij van alle op de begraafplaats begraven stoffelijke overschotten en bijgezette asbussen, urnen of urnenkelders, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn (grafnummer), evenals van alle verstrooiingen met een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de plaats van verstrooiing. Ook houdt de Stichting of de door haar aangewezen administrateur een plattegrond van de begraafplaats bij. In het register worden ook aangetekend de door de Stichting reeds uitgegeven, maar nog niet gebruikte particuliere graven. Het register, waar het de voor- en achternamen, de geboortedatum en plaats, de overlijdensdatum en plaats, de bestemmingsdatum van de overledene en het grafnummer of de plaats van verstrooiing betreft, en de plattegrond zijn openbaar. Register en plattegrond worden in tweevoud bijgehouden.

 

HOOFDSTUK II

OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 5. Openstelling begraafplaats
  1. De begraafplaats is dagelijks voor een ieder toegankelijk tussen 15 april en 15 september van 9.00 tot 21.00 uur en tussen 15 september en 15 april van 9.00 tot 17.00 uur. De Stichting maakt deze tijden openbaar bekend. Kinderen beneden twaalf jaar hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een volwassene.
  2. De sleutels van de toegangen tot de begraafplaats berusten bij de beheerder van de begraafplaats, die tegenover de Stichting verantwoordelijk is voor de orde en rust op de begraafplaats.
  3. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.
  4. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
  5. Het is niet toegestaan honden –uitgezonderd hulp- en geleidehonden-- op de begraafplaats toe te laten.
  6. Het is niet toegestaan op de begraafplaats te fietsen.
Artikel 6. Ordemaatregelen
  1. Het is verboden, behalve met schriftelijke toestemming van of namens de Stichting, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te
  2. Het is verboden op de urnenmuur te klimmen, zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen, bloemen te plukken of anderszins schade aan te richten.
  3. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de
  4. Het maken van foto´s of films op de begraafplaats voor commerciële doeleinden is niet toegestaan. Het fotograferen of filmen van een monument of plaquette kan uitsluitend plaatsvinden, indien de rechthebbende van het graf of de urnennis daarvoor toestemming heeft gegeven, tenzij de foto of film gemaakt wordt door het bestuur of namens het bestuur ten behoeve van de begraafplaatsadministratie of ten behoeve van te verrichten
  5. In verband met de grafrust en het ongestoord bezoeken van de begraafplaats is het gebruik van drones boven het grondgebied van de begraafplaats te allen tijde verboden, tenzij hiervan gebruik wordt gemaakt door het bestuur of namens het bestuur ten behoeve van de begraafplaatsadministratie of ten behoeve van te verrichten
  6. Degenen die het in lid 2, 4 of 5 vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in lid 3 bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder verwijderen.
Artikel 7.
  1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten minimaal vijf werkdagen tevoren worden gemeld aan de Stichting onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaats vinden.
  2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in lid 1, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de Stichting of de beheerder.
  3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van de Stichting zullen hebben, kunnen door de Stichting worden verboden.
Artikel 8. Opgraven en ruimen
  1. Het opgraven van stoffelijke overschotten en het ruimen van graven gebeurt door daartoe aangewezen professionele personen c.q. gecertificeerde bedrijven.
  2. Andere personen is het niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder, de Stichting en de Protestantse Gemeente te Oegstgeest zijn niet aansprakelijk voor schade, van welke aard dan ook, die mocht opkomen aan personen die ter bijwoning van het opgraven van stoffelijke overschotten of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.

HOOFDSTUK III

VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 9. Kennisgeving van begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
  1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats vinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
  2. Voor het doen begraven, as (doen) bijzetten of as (doen) verstrooien zijn de in de tarievenlijst vermelde kosten verschuldigd.
  3. Op de kist of op het omhulsel van het stoffelijk overschot wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de namen, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het stoffelijk overschot.
  4. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats heeft vastgesteld dat het op de kist of op het omhulsel van het stoffelijk overschot vermelde registratienummer overeenkomt met het nummer vermeld op het document als genoemd in lid 3.
  5. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door de beheerder of zijn vervanger(s). De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
  6. Indien ten behoeve van een begrafenis of het bezorgen van as grafstenen of andere gedenktekens moeten worden weggenomen en vervolgens herplaatst, geschiedt deze handeling voor risico van de rechthebbende en tegen betaling van de in de tarievenlijst vermelde kosten.
  7. De materialen voor kisten, omhulsels en lijkhoezen moeten voldoen aan de door de overheid gestelde voorwaarden.
Artikel 10. Over te leggen stukken
  1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as en de ondertekende verklaring van ontvangst van het Reglement zijn overgelegd aan de beheerder.
  2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaats vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de opdrachtgever tot de uitvaart.
  3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van tien jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de opdrachtgever tot de uitvaart.
  4. De Stichting behoudt zich het recht voor om een bewijs van betaling van de grafrechten voor de eerste periode dat het graf respectievelijk urnengraf uitgegeven is, te vragen.
  5. De administrateur onderzoekt of de overgelegde stukken volledig en juist zijn.
Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging
  1. Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving heeft gesteld of de Stichting hiervoor toestemming heeft verleend.
  2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as:
  3. op werkdagen normaliter tussen 8.00 en 16.00 uur, met dien verstande dat het graf terstond nadat daarin is begraven nog bij daglicht geheel met zand kan worden aangevuld;
  4. op zaterdag of een (1) van de onder lid 1 genoemde dagen tussen 8.00 en 15.00 uur.
  5. De Stichting kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
  6. Voor het begraven en bezorgen van as op zaterdag is een toeslag van 50 % boven de gewone in de tarievenlijst vermelde kosten verschuldigd. Voor het begraven op zondag, christelijke en algemeen erkende feestdagen is een toeslag van 100 % boven de gewone in de tarievenlijst vermelde kosten verschuldigd.

HOOFDSTUK IV

DE GRAVEN EN GRAFRECHTEN

Artikel 12. Soorten graven en termijnen

Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden:

  1. particuliere graven en particuliere urnengraven
  2. particuliere kelders
  3. particuliere urnennissen
  4. verstrooiingsplaatsen (strooivelden)
  5. algemene graven
Artikel 13. Particulier graf

De Stichting kan particuliere graven uitgeven onder de bepalingen van dit Reglement, zoals het thans luidt of in de toekomst wordt gewijzigd, aangevuld of opnieuw vastgesteld en verder onder de volgende voorwaarden:

  1. De uitgifte geschiedt voor een periode van twintig jaar, aanvangende op de dag van aankoop en indien voldaan is aan de betreffende bepalingen van dit Reglement. De uitgifte van een zandgraf op het oude deel vindt per 1 januari 2017 voor maximaal twee begraaflagen plaats. De uitgifte van een zandgraf op het nieuwe deel blijft gehandhaafd op drie begraaflagen. De uitgifte van een particulier urnengraf geschiedt voor een periode van tien jaar, aanvangende op de dag van aankoop en indien voldaan is aan de betreffende bepalingen van dit Reglement. De uitgifte van een particuliere urnennis geschiedt voor een periode van vijf of tien jaar, aanvangende op de dag van aankoop en indien voldaan is aan de betreffende bepalingen van dit Reglement.
  2. Van de uitgifte van een graf wordt door de Stichting een akte in tweevoud opgemaakt, genaamd ‘grafakte’. Beide exemplaren worden door de rechthebbende ondertekend en teruggestuurd. Na ondertekening door de Stichting ontvangt de rechthebbende een (1) exemplaar van de grafakte retour.
  3. De rechthebbende verbindt zich door medeondertekening van de grafakte tot nakoming van de bepalingen van dit Reglement. Dit op straffe van verlies van zijn rechten, zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.
  4. De rechthebbende kan zijn rechten eerst uitoefenen:
  5. na betaling van de kosten, vermeld in de tarievenlijst; en
  6. na retourontvangst van de door hem en de Stichting ondertekende grafakte.
  7. Rechthebbende op een graf kan slechts een (1) natuurlijk persoon zijn, tenzij de Stichting een rechtspersoon als rechthebbende aanvaardt.
Artikel 14. Algemeen graf
  1. De algemene graven zijn uitsluitend zandgraven.
  2. Een nieuw algemeen graf wordt niet eerder uitgegeven dan nadat het laatst gedolven graf geheel is gevuld.
  3. De algemene graven worden door de Stichting ter beschikking gesteld en voor gebruik afgestaan. Zij worden op gelijke wijze ingericht als de particuliere graven.
  4. De algemene graven worden aangevuld met zand, terstond nadat daarin is begraven.
  5. De algemene graven kunnen na verloop van vijftien jaar na de laatste begraving daarin worden geruimd. Het bepaalde in artikel 32 is alsdan van toepassing.
  6. Ten minste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van uitgifte van een algemeen graf doet de Stichting daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbende bij dat graf op het adres dat haar bekend is.
  7. In een algemeen graf zullen niet meer dan drie stoffelijke overschotten worden begraven.
Artikel 15. Verstrijken en verlengen van termijn particulier graf
  1. De rechthebbende van een particulier graf of een door hem aan te wijzen derde kan verzoeken de termijn van twintig jaar (of tien jaar in geval van een particulier urnengraf of in geval van een particuliere urnennis vijf of tien jaar afhankelijk van de termijn van uitgifte) te verlengen. Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van de rechthebbende of van een door hem aan te wijzen derde na verstrijking van de uitgiftetermijn verlengd, mits het verzoek is gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn. De verlenging geschiedt telkens voor tien of twintig jaar in geval van een particulier graf, voor tien jaar in geval van een particulier urnengraf en voor vijf of tien jaar in geval van een particuliere urnennis. De Stichting kan een voorstel doen tot verlenging voor een afwijkende duur.
  2. De Stichting doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende op het adres dat haar bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 1.
  3. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling bedoeld in lid 2 om verlenging van het recht is verzocht, maakt de Stichting de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd.
  4. Wanneer in een bestaand particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, een tweede of volgend stoffelijk overschot of een urn of urnenkelder wordt bijgezet, is lid 3 van artikel 10 van toepassing.
  5. Het bepaalde in lid 2 tot en met 5 van artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16. Onderscheid particuliere kelders en zandgraven
  1. De particuliere graven worden onderscheiden in kelders en zandgraven en worden door de Stichting gereed gemaakt.
  2. Kelders worden afgedekt met een gewapend betonnen dekplaat, terstond nadat daarin is begraven. Zandgraven worden geheel aangevuld met zand, terstond nadat daarin is begraven.
  3. De Stichting bepaalt de afmetingen van de particuliere graven. De grafkisten inclusief handvatten mogen niet groter zijn dan 80 bij 218 cm. In geval van noodzaak van grotere maten dient met de beheerder te worden overlegd.
  4. In een zandgraf mogen niet meer dan drie stoffelijke overschotten worden begraven. In een kelder mogen maximaal vier stoffelijke overschotten worden begraven, zulks ter beoordeling van de Stichting.
  5. In een urnengraf mogen maximaal twee asbussen met of zonder urnen worden bijgezet. In een zandgraf of kelder mogen maximaal vier asbussen of urnen worden bijgeplaatst. De asbussen dienen in een urnenkelder geplaatst te worden. Er mogen maximaal twee urnen op het graf worden geplaatst. De vorm en de afmeting van de urn behoeft voor plaatsing de goedkeuring van de Stichting.
Artikel 17. Overschrijving van verleende rechten
  1. Het uitsluitend recht op een graf respectievelijk urnengraf of urnennis kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van anderen dan de hiervoor genoemden is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
  2. Na het overlijden van de rechthebbende op een graf moet door zijn rechtverkrijgenden een nieuwe rechthebbende op het graf zijn aangewezen alvorens een volgende begrafenis in het genoemde graf kan plaats vinden. Van deze aanwijzing dienen ten genoegen van de Stichting bewijzen te worden overlegd dat deze aanwijzing terecht geschiedt.
  3. Indien na het overlijden van de rechthebbende op een graf de in lid 2 genoemde aanwijzing niet wordt gedaan binnen twaalf maanden, is het bestuur bevoegd het grafrecht te laten vervallen. Indien de wettelijke termijn van grafrust van tien jaar na de laatste begraving is verlopen, kan het graf worden geruimd.
  4. Na het verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn kan het bestuur het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een graf dat inmiddels is geruimd of waarvan de rechten zijn verlopen.
  5. Van de nieuwe tenaamstelling wordt met inachtneming van artikel 13 een overschrijvingsakte gemaakt, waarvoor kosten zijn verschuldigd zoals vermeld in de tarievenlijst. Overigens blijft artikel 15 van toepassing.
  6. Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het betreffende dossier.
Artikel 18. Kelder

De Stichting kan aan de rechthebbende op een particulier graf indien de mogelijkheden daartoe aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een kelder overeenkomstig de door de Stichting te stellen voorwaarden.

Artikel 19. Afstand doen van graven en urnennissen

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk, op een door de Stichting te bepalen wijze, afstand doen van zijn recht ten behoeve van de Stichting. Van de ontvangst van zodanige verklaring zendt de Stichting een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende.

Artikel 20. Verstrooiing

Verstrooiing kan plaats vinden in of op een graf of op een door de beheerder te bepalen gedeelte van de begraafplaats. De verstrooiing kan door de beheerder worden gedaan of door de nabestaanden op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder.

HOOFDSTUK V

GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 21. Toestemming grafbedekking
  1. Het is verboden een grafbedekking op graven te doen aanbrengen en te hebben, tenzij met schriftelijke toestemming van de Stichting en tegen betaling van kosten ter verkrijging van het recht, vermeld in de tarievenlijst.
  2. Een zelfde schriftelijke toestemming is vereist voor het vernieuwen van een gedenkteken. Voor het recht tot wijzigen en/of aanvullen van aangebrachte inscripties worden kosten in rekening gebracht, vermeld in de tarievenlijst.
  3. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking voor particuliere graven moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.
  4. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking op algemene graven moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de opdrachtgever tot de uitvaart tenzij deze tevoren schriftelijk iemand anders als belanghebbende bij de Stichting heeft aangemeld. In dat geval moet de toestemming door deze persoon worden aangevraagd en wordt de grafbedekking op zijn naam gesteld. De toestemming voor algemene graven wordt slechts verleend voor ten hoogste vijftien jaar. Na het verstrijken van deze termijn vervalt het recht op het geplaatste voorwerp op het graf zonder dat de Stichting tot enige vergoeding verplicht is indien:
    1. tevoren geen schriftelijk verzoek bij de beheerder is ingediend om het voorwerp ter beschikking van de belanghebbende te houden; en
    2. het voorwerp niet binnen drie maanden nadat dit van het graf is verwijderd, is afgehaald.
  5. Bij overlijden van de belanghebbende wordt de toestemming gesteld op naam van de belanghebbende die zich binnen twee jaar na het overlijden daartoe aanmeldt.
  6. De hoogte van een te plaatsen gedenkteken op particuliere graven mag maximaal 110 cm bedragen.
  7. De oppervlaktematen (lengte x breedte) van een zerk op particuliere graven moeten 180 x 80 cm of in geval van een grafkelder 200 x 90 cm bedragen. Op het nieuwe deel zijn uitsluitend de oppervlaktematen 180 x 80 cm toegestaan.
  8. Op algemene graven worden uitsluitend grafbedekkingen toegestaan binnen een afmeting (lengte x breedte) van 40 x 50 cm.
  9. Op particuliere urnengraven en urnenkelders worden uitsluitend grafbedekkingen toegestaan met een afmeting (lengte x breedte) van 60 x 50 cm.
  10. Geen toestemming zal worden verleend voor:
    1. het aanbrengen van marmerslag e.d., tenzij een gewapende betonplaat als fundering wordt toegepast;
    2. steenhouwwerk waarop een inscriptieplaat is ingeschroefd.
  11. Evenmin zal toestemming worden verleend indien de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is of de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk.
  12. In bijzondere gevallen kan, ter beoordeling van de Stichting, afgeweken worden van het bepaalde in lid 6, 7 of 8.
  13. De kosten van plaatsen, onderhoud en vernieuwing van de op een graf geplaatste grafbedekkingen zijn voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf.
Artikel 22.

De op de algemene graven aan te brengen grafbedekkingen en moeten los op het graf worden geplaatst; voor het tijdelijk wegnemen en herplaatsen zijn geen kosten verschuldigd.

Artikel 23.

De Stichting bepaalt voor elke als een (1) geheel te beschouwen rij graven:

  1. of daarop staande en/of liggende gedenktekens mogen worden aangebracht;
  2. de lengte, breedte en dikte en het materiaal van de aan te brengen gedenktekens.
Artikel 24.

Gedenktekens en andere op graven aan te brengen voorwerpen mogen niet op de begraafplaats worden aangevoerd, zolang de in artikel 21 lid 1 bedoelde toestemming niet is verleend en de verschuldigde kosten niet zijn betaald.

Artikel 25.
  1. Op het gedenkteken dient het grafnummer te worden aangebracht.
  2. Het gedenkteken moet worden geplaatst op een doelmatige onderbouw.
  3. Onder zerken moet bij zandgraven een gewapend betonnen plaat worden gelegd van ten minste zes cm dikte.
  4. Het grafwerk moet zuiver worden gesteld, zulks ten genoegen van de beheerder van de begraafplaats.
  5. Alle sporen van afval, ontstaan door of ten gevolge van werkzaamheden, moeten worden opgeruimd door of vanwege de rechthebbende of de belanghebbende.
Artikel 26.

Het plaatsen van een bedrijfsnaam of enige reclame op graven of onderdelen daarvan is verboden.

Artikel 27. Grafbeplanting
  1. Beplantingen op graven dienen binnen de grenzen van het graf te blijven en mogen niet hoger worden dan 110 cm. Zij mogen slechts worden aangebracht na overleg en met toestemming van de beheerder, die aanwijzingen geeft ten aanzien van de toegestane beplanting. Blijvende grafbeplanting dient zodra die de grenzen van het graf overschrijdt of hoger wordt dan 110 cm, door de rechthebbende of door iemand die hij de opdracht daartoe heeft gegeven, te worden gesnoeid.
  2. Beplanting die buiten de grenzen van het graf is geplaatst, is eigendom van de Stichting en kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.
  3. Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, worden verwijderd.
  4. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende of de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.
Artikel 28. Verwijdering en afvoering grafbedekking
  1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door de beheerder in opdracht van de Stichting worden verwijderd en afgevoerd.
  2. Ingeval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan de Stichting, voor zover de plicht van onderhoud van de grafbedekking niet bij haar ligt, deze verwaarlozing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan de rechthebbende. De rechthebbende dient binnen een (1) jaar na ontvangst daarvan in het onderhoud te voorzien.
  3. Indien de ontvangst van de verklaring, als genoemd in lid 2, niet wordt bevestigd, maakt de Stichting de verklaring bekend op een bordje bij het graf en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
  4. Wanneer toepassing is gegeven aan het gestelde in lid 2 en 3 en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf aan de Stichting op het moment dat de periode van een (1) dan wel vijf jaar, bedoeld in lid 2 en 3, is verstreken.
  5. Wanneer het recht op het graf op grond van lid 4 vervalt, vervalt de grafbedekking aan de Stichting zonder dat de Stichting tot enige vergoeding verplicht is indien:
    1. tevoren geen schriftelijk verzoek bij de beheerder is ingediend om de grafbedekking ter beschikking van de rechthebbende te houden; en
    2. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.
  6. De kosten van verwijdering en afvoering dienen door de rechthebbende te worden betaald.

HOOFDSTUK VI

ONDERHOUD

Artikel 29. Onderhoud door de Stichting
  1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats en de graven waarin door de Stichting wordt voorzien, te dekken, wordt een bijdrage geheven volgens de tarievenlijst.
  2. Deze bijdrage is verschuldigd vanaf de dag van aankoop van het graf. Vervolgens is deze bijdrage jaarlijks  verschuldigd.
  3. Tegelijk met de betaling van de kosten die zijn verschuldigd krachtens artikel 9 lid 2, dient de in lid 1 verschuldigde bijdrage bij vooruitbetaling voor een periode van tien jaar (of vijf jaar in geval van aankoop van een urnennis voor vijf jaar) te worden voldaan respectievelijk aangevuld. De hiervoor verschuldigde vergoeding is genoemd in de tarievenlijst.
  4. Het is de rechthebbende op een graf toegestaan de bijdrage genoemd in lid 1, bij vooruitbetaling te voldoen voor een periode van twintig jaar. De dan verschuldigde vergoeding is genoemd in de tarievenlijst. Dit laat het bepaalde in artikel 15 en 17 onverlet.
  5. Na afloop van de in lid 3 en 4 genoemde termijnen is wederom de dan geldende jaarlijkse bijdrage verschuldigd, die alsdan wederom voor respectievelijk vijf, tien of twintig jaar bij vooruitbetaling kan worden voldaan.
  6. Zolang de over het lopende jaar en eventueel voorafgaande jaren verschuldigde bijdrage(n) niet is/zijn voldaan, mag in het betreffende graf niet worden begraven of as worden bezorgd.
  7. Indien de rechthebbende in verzuim is, vervalt het recht op het graf aan de Stichting zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.
  8. Voor een algemeen graf dient de jaarlijkse bijdrage bij vooruitbetaling te worden voldaan. De vergoeding is genoemd in de tarievenlijst.
  9. De Stichting belast zich met het onderhoud van de begraafplaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplanting en de watergangen e.d.
  10. De Stichting accepteert geen aansprakelijkheid voor de eventuele vermissing van voorwerpen en beplantingen op de graven. Dit zelfde geldt voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt. Ditzelfde geldt eveneens voor schade door de grafbedekking toegebracht aan personen of andere graven.
Artikel 30. Onderhoud door de rechthebbende
  1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, waaronder wordt verstaan het algemene onderhoud als bedoeld in artikel 27 lid 1, steenhouwerswerkzaamheden (herstel en vernieuwing), onderhoud aan reeds op het moment van inwerkingtreding van het Reglement bestaande hekwerken, afscheidingen e.d. en onderhoud aan vanaf het moment van inwerkingtreding van het Reglement aangebrachte hekwerken, afscheidingen e.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het verzorgen van graftuintjes en niet-blijvende grafbeplanting.
  2. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 29 lid 10 komt voor rekening van de rechthebbende.
  3. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, en daardoor een risico ontstaat van schade aan derden, kan de Stichting met inachtneming van het gestelde in lid 4 de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna, met inachtneming van het bepaalde in lid 4, aan de Stichting, zonder dat deze tot enige vergoeding is verplicht.
  4. Tenzij sprake is van een acuut risico, zulks uitsluitend ter beoordeling van de Stichting, vindt de verwijdering niet plaats dan nadat drie maanden zijn verstreken nadat de rechthebbende aan het bij de administratie bekend zijnde adres per aangetekend schrijven is aangemaand tot onderhoud of herstel van de grafbedekking. Als het adres van de rechthebbende niet meer juist blijkt te zijn, vindt de vermelde aanmaning plaats op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats. Bij het graf wordt op een bordje een verwijzing naar deze aanmaning aangebracht.
Artikel 31. Onderhoud door de rechthebbende van een kelder
  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 30 is de rechthebbende van een kelder verplicht ervoor zorg te dragen, dat deze in goede staat wordt gehouden, zulks ter beoordeling door de Stichting.
  2. Indien naar het oordeel van de Stichting onderhouds-, herstel-, of vernieuwingswerkzaamheden aan een kelder moeten worden uitgevoerd, zal dit vanwege de Stichting geschieden. De kosten komen voor rekening van de rechthebbende en moeten binnen een (1) maand na aanschrijving worden betaald.

HOOFDSTUK VII

RUIMING VAN GRAVEN

Artikel 32.
  1. Met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en overige toepasselijke regelgeving kan de Stichting een graf of graven doen ruimen, mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming van een particulier graf kan niet, dan met toestemming van de rechthebbende op dat graf.
  2. Een rechthebbende op een particulier graf kan een schriftelijk verzoek tot ruiming van dat graf indienen. Wanneer dit verzoek wordt gehonoreerd vindt de ruiming plaats tegen betaling van de in de tarievenlijst genoemde vergoeding voor het ruimen en het verplaatsen van de grafsteen. De kosten voor het openen en sluiten van het graf worden apart in rekening gebracht.
  3. De bij de ruiming van een graf of graven nog aanwezige overblijfselen van stoffelijke overschotten worden herbegraven en de aangetroffen as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats. Hierbij dient de nodige zorgvuldigheid en piëteit in acht te worden genomen. De toegangen tot de begraafplaats kunnen tijdelijk worden gesloten.
  4. Het voornemen van de Stichting om algemene graven te doen ruimen na verloop van vijftien jaar na de laatste begraving daarin, maakt de beheerder bekend op een bordje bij de te ruimen graven, op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats en op de website. Plaatsing daarvan geschiedt gedurende ten minste een (1) jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de graven zullen worden geruimd.
  5. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende een (1) jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden geruimd, de Stichting schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. De in de tarievenlijst vermelde kosten daarvan komen voor rekening van de belanghebbende.

HOOFDSTUK VIII

IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 33. Lijst
  1. De Stichting houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
  2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan, onderzoekt de Stichting of er graven zijn die in aanmerking komen om op de onder lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.
  3. De Stichting beslist in overleg met de Kerkenraad van de Protestantse Gemeente Oegstgeest en/of de Oorlogsgravenstichting over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in lid 1 bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK IX

EINDE VAN DE GRAFRECHTEN

ARTIKEL 34.
  1. De grafrechten vervallen:
    1. door het verlopen van de termijn;
    2. indien de rechthebbende of belanghebbende afstand doet van het recht;
    3. indien de begraafplaats wordt opgeheven.
  2. Het bestuur kan de grafrechten – al dan niet tijdelijk – vervallen verklaren:
    1. indien de betaling van het grafrecht en de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht of van andere kosten – ondanks een aanmaning – niet binnen drie maanden na aanvang van de betalingstermijn is geschied; in geval van een betalingsregeling vervalt het grafrecht wanneer – ondanks een aanmaning – de betaling van een openstaand bedrag niet binnen drie maanden na aanvang van de afgesproken betalingstermijn is geschied.
    2. indien de rechthebbende of belanghebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van dit Reglement op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
    3. indien de rechthebbende of de belanghebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen twaalf maanden is overgeschreven.
  3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele ander kosten.
  4. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of de beplanting kan gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of belanghebbende van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze voorwerpen doen gelden.
  5. Onverminderd het bepaalde in voorgaande leden is de rechthebbende, belanghebbende of andere aanvrager die opdracht heeft gegeven een grafrecht te vestigen of andere diensten te verrichten, een uitvaartverzorger inbegrepen, bij niet (tijdige) betaling van kosten die verband houden met werkzaamheden of diensten in verband met de lijkbezorging of plechtigheden, zonder dat nadere ingebrekestelling is vereist, in gebreke. Het bestuur is alsdan gerechtigd om vanaf de vervaldatum van de factuur de incassoprocedure toe te passen van het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten. De in artikel 96 lid 2, onder c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek vermelde kosten dienen bovenop de verschuldigde som te worden vergoed.

HOOFDSTUK X

KLACHTEN

Artikel 35.
  1. Rechthebbenden, belanghebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende personen kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het nalaten daarvan bij de Stichting een schriftelijke klacht indienen.
  2. De Stichting bevestigt de klager schriftelijk dat de klacht in behandeling is genomen en dat hij binnen zes weken (bij eenvoudige klachten) dan wel binnen drie maanden (bij complexe klachten) na ontvangst van de klacht een schriftelijke reactie ontvangt.
  3. Blijkt de genoemde termijn niet haalbaar, dan wordt klager hierover tijdig (ruim voor het verstrijken van deze periode) schriftelijk bericht met vermelding van de reden van de vertraging en de termijn waarbinnen wel zal worden gereageerd.

HOOFDSTUK XI

OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 36.

Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2018.

Als dan vervallen de voordien bestaan hebbende voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten verkregen voor de inwerkingtreding van dit Reglement, voor zover niet in strijd met de wettelijke bepalingen.

Aan dit Reglement zijn twee bijlagen toegevoegd:

  • Bijlage I Het begraven van levenloos geborenen en kinderen jonger dan een (1) jaar
  • Bijlage II Huisregels
Artikel 37.
  1. In gevallen waarin dit Reglement niet voorziet of indien verschil van mening bestaat over de uitleg van de bepalingen van dit Reglement, beslist de Stichting.
  2. Wijziging van dit Reglement kan plaats vinden door de Stichting.

 Dit Reglement is gepubliceerd op www.begraafplaats-groenekerk.nl en verkrijgbaar bij de Administratie van de Begraafplaats.

 Zie voor de tarieven elders op de website. De tarieven worden jaarlijks aangepast.

Oegstgeest,
Stichting Begraafplaats Groene Kerk

M.C. van Elsacker, voorzitter
Mw. mr. P.C.A. Laarhoven – van der Mark, secretaris

Adres Stichting
Postbus 33
2340 AA Oegstgeest
info@begraafplaats-groenekerk.nl

Postadres Administratie
Postbus 33
2340 AA Oegstgeest
administratie@begraafplaats-groenekerk.nl

BIJLAGE I

HET BEGRAVEN VAN LEVENLOOS GEBORENEN EN KINDEREN JONGER DAN EEN (1) JAAR

Artikel 1.
Op de begraafplaats zijn particuliere zandgraven aanwezig voor de begrafenis van levenloos geborenen en van kinderen jonger dan een (1) jaar.

Artikel 2.
De uitgifte van particuliere graven geschiedt op de wijze, zoals omschreven in Hoofdstuk IV van het Reglement.

Artikel 3.
Ten aanzien van het begraven is Hoofdstuk III van het Reglement van toepassing.

Artikel 4.
Op particuliere graven mogen uitsluitend liggende grafstenen worden geplaatst met een afmeting van 80 x 50 x 50 cm. Overigens is het bepaalde in Hoofdstuk V van het Reglement van toepassing.

Artikel 5.
De kosten van het begraven zijn geregeld in de op de website gepubliceerde tarievenlijst.

Artikel 6.
De kosten van verwerving van een particulier graf zijn geregeld in de op de website gepubliceerde tarievenlijst.
Zie voor de kosten, verbonden aan het recht tot het hebben van een grafsteen de op de website gepubliceerde tarievenlijst.

Artikel 7.
Ten aanzien van het onderhoud is Hoofdstuk VI van het Reglement van toepassing. Zie voor het tarief de op de website gepubliceerde tarievenlijst.

Artikel 8.
Het hebben van een kelder op de plaats voor de kindergraven is niet toegestaan.

Artikel 9.
Deze bepalingen laten het recht tot het hebben en houden van een graf elders op de begraafplaats onder de daarvoor geldende voorwaarden onverlet.

BIJLAGE II

HUISREGELS
  1. In verband met brandgevaar is het branden van kaarsen/waxinelichtjes/oliebranders nergens op de begraafplaats toegestaan. Dit betekent dat elke vorm van vuur verboden is en uitsluitend kunstlicht is toegestaan.
  2. Wij verzoeken u vriendelijk lege potjes, vazen of andere materialen mee naar huis te nemen. Als deze buiten de grafmaat, buiten de urnennis of in een lege urnennis worden aangetroffen, zullen zij door de beheerder worden verwijderd.
  3. U kunt in een urnennis, naast de plaatsing van de urn, een bloemetje of plantje plaatsen. U kunt dit het beste doen in een zwaar vaasje of potje, zodat dit niet om kan waaien en schade kan veroorzaken.
  4. Het aanbrengen van bodemplaten in urnennissen, in welke vorm, materiaal of afmeting dan ook, is niet toegestaan.
  5. In verband met schade mag er in de urnennis absoluut niets bevestigd worden op welke wijze dan ook (spijkers, schroeven, lijm e.d.). Indien dit toch geconstateerd wordt, dan zal dit direct door de beheerder van de begraafplaats worden verwijderd.
  6. Schade die ontstaat door negeren van deze huisregels zal in principe op de gebruiker worden verhaald.

Download hier het reglement.